
Illustratie: Remona Poortman
Zodra de lading ergens vanaf is, kunnen we het leven meer en meer omhelzen
Ik heb geen flauw idee naar wie of wat ze aan het zwaaien is. Mijn dreumes in haar wandelwagen. Ze kan er geen genoeg van krijgen. Haar kleine handje zwaait naar links en dan weer rechts. Met stralende ogen en een lachend mondje waar haar speentje nog net niet uitvalt. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet, mama. We volgen het slingerende pad van de natuurbegraafplaats op weg naar het graf van mijn jongste broertje Erik. Het is snel te herkennen tussen de bomen door de kleurenzee aan bloemen die de vorige dag achtergelaten zijn na zijn uitvaart.
Een leven dat vervlogen, maar niet vergeten is
Met mijn dochtertje op de arm kijk ik naar de bloemen en zoek naar het kleine boeketje van veren dat iemand er ook tussen heeft gelegd. Wetende dat de bloemen binnenkort weggehaald zullen worden, wil ik de veren graag meenemen als een blijvende en tastbare herinnering. Aan een leven dat vervlogen, maar niet vergeten is. Met pijn in het hart realiseer ik mij dat mijn dochtertje zich haar oom Erik nooit bewust zal kunnen herinneren. Zoals ik haar op dat moment op mijn arm heb, zo had Erik haar nog maar anderhalve week eerder ook op de arm. Die dag.
Of waren woorden niet nodig?
Die dag. De dag dat de lente eindelijk leek te beginnen en Erik misschien wel een uur voor het raam heeft gestaan met zijn kleine nichtje op de arm. Ik zie ze nog staan, half verscholen achter het gordijn, terwijl ik de straat in kom fietsen na een bezoek aan de tandarts. Achteraf gezien vraag ik me nog weleens af: zou hij op dat moment afscheid van haar hebben genomen? Zou hij nog iets gezegd hebben? Of waren woorden niet nodig? Slechts een laatste moment samen; een uurtje uit het raam staren. In alle rust en stilte. Voordat hij die avond definitief afscheid neemt van het leven.
Suïcide.
Haar blik antwoordt: “Dat weet ik toch al!”
De volgende ochtend huilt mijn dochtertje hartverscheurend wanneer ze wakker wordt. Alsof ze weet wat er die nacht is gebeurd. Tranen met tuiten, die net zo snel weer verdwijnen als ze opkwamen. Want vandaag is ook de dag dat ze bij oma en opa mag logeren. Als ik daar twee dagen later aan kom rijden, hoor ik haar al van verre. Gegil van plezier terwijl ze wordt rondgetrokken in de bolderkar door de schapenwei. Ik huil bij het hek terwijl zij lacht. “Oom Erik is dood.” Spreek ik zonder woorden. En haar blik antwoordt: “Dat weet ik toch al!” en hoppa, daar gaat ze weer in de bolderkar.
Zo open mogelijk, voor en met haar
Het overlijden en het zelfgekozen levenseinde van Erik; mijn dochtertje groeit er nu al bijna drie jaar mee op. Haar vader en ik proberen er zo open mogelijk in te staan voor en met haar. Zo vonden we het niet meer dan vanzelfsprekend om haar mee te nemen naar de uitvaart. Op de eerste rij bewoog ze die dag vrolijk mee op de klanken van ‘Bobby McGee’ én het hele bos gilde ze woest bij elkaar toen ze niet bij al die gezellig mensen mocht blijven om ook een bloemetje in het graf te gooien (ok, dat was een ongelukkig inschattingsfoutje). En nog steeds voeren we regelmatig korte gesprekjes met haar over oom Erik. Wie hij was, dat hij nu dood is én… dat dit zijn eigen keuze was.
Het leven meer en meer omhelzen
Maken we daar grote verhalen van? Nee, voor een klein kind is het – naar onze mening – voldoende om de dingen te benoemen zoals ze zijn en vragen zo simpel mogelijk te beantwoorden. Ook als dat ongemakkelijk voelt. Want zodra de lading ergens vanaf is – zoals de (zelfgekozen) dood – dan kunnen we het leven meer en meer omhelzen. En genieten van de bijzondere momenten. Zoals het moment waarop onze inmiddels kleuter een penseel uit een doos opduikelt en zelfvoldaan uitroept: “Dit is de kwast van oom Erik!” Om vervolgens de kast te beschilderen met denkbeeldige verf. En ik weet zeker… dat ik haar nooit heb verteld van wie die penselen waren.

