
“Aan de buitenkant zie je niets. Vanbinnen voelt het alsof alles in stukjes ligt”
Anna is eind vijftig wanneer haar leven plotseling een andere wending neemt. Tot dat moment staat ze midden in het leven. Ze werkt, heeft collega’s, een partner, vrienden. Haar dagen hebben ritme en betekenis. Na een bedrijfsongeval houdt ze niet-aangeboren hersenletsel over. Wat volgt is geen kort herstel, maar een langdurig en complex proces van verlies. Geen verlies van een persoon, maar van mogelijkheden. Van vanzelfsprekendheid. Verlies van wie ze was.
Van wie ze was, dat werd haar vooral duidelijk in de kleine, alledaagse dingen. Naast het wegvallen van haar werk merkte Anna hoe haar leven ook privé steeds kleiner werd. Dingen die eerst vanzelfsprekend waren, zoals uiteten of op reis gaan, of een stad bezoeken, zijn bijna niet meer mogelijk. Prikkels komen ongefilterd binnen. Geluiden, bewegingen en indrukken stapelen zich op. Ze herinnert zich een reis naar Parijs, enkele jaren geleden. Midden in een drukke metro raakte ze volledig overweldigd en barstte in huilen uit. Dat moment maakte haar duidelijk: een hectische stad is te veel. Dat kan ik niet meer doen. Ze zegt: “Aan de buitenkant zie je niets. Vanbinnen voelt het alsof alles in stukjes ligt.”
Rouw wordt vaak gekoppeld aan overlijden. Maar rouw ontstaat ook wanneer het leven dat je kende niet meer terugkomt. Wanneer werken niet meer lukt. Wanneer prikkels te veel worden. Wanneer je steeds opnieuw moet afwegen wat nog kan — en wat niet. Juist in deze vorm van langdurig, complex verlies ontstaat vaak eenzaamheid.
Eenzaamheid zonder lege agenda
Eenzaamheid wordt gemakkelijk verward met alleen zijn. Anna heeft mensen om zich heen. Toch voelt ze zich geregeld eenzaam. Niet omdat er niemand is, maar omdat niemand werkelijk kan meekomen in wat zij verloren heeft. Haar werk viel weg. Daarmee verdween ook een belangrijk deel van haar identiteit. Vriendschappen veranderden. Sommige mensen raakten langzaam op afstand. Niet uit onwil, maar uit onvermogen. “Ze begrijpen het niet”, zegt ze, “en ik wil het niet steeds opnieuw uitleggen.”
Wanneer de wereld kleiner wordt
Bij deze vorm van complexe rouw is er geen duidelijk einde. Het verlies blijft aanwezig en beweegt mee met het leven. De buitenwereld gaat door, vaak in een tempo dat niet meer aansluit bij het jouwe. Dat verschil creëert afstand. Anna voelt zich niet langer vanzelfsprekend onderdeel van het geheel. Haar wereld wordt kleiner, stiller. Niet vanuit keuze — het leven dwingt haar daartoe.
Aanpassen om overeind te blijven
Wat opvalt, is hoe intens mensen als Anna werken aan aanpassing. Ze leren hun grenzen kennen, bouwen hun leven opnieuw op, zoeken naar nieuwe vormen van betekenis. Die voortdurende aanpassing is nodig maar kent ook een keerzijde. Niet meer uit eten gaan. Drukke plekken vermijden. Spontaniteit verruilen voor voorspelbaarheid. Het leven wordt overzichtelijker en tegelijkertijd stiller. Eenzaamheid gaat hier niet over het ontbreken van mensen. Het gaat over het gemis aan gezien worden zoals je bent. Aan iemand die herkent wat er allemaal is weggevallen, zonder dat dit telkens benoemd hoeft te worden.
Wat kan helpend zijn?
Niet elke eenzaamheid vraagt om een oplossing. Soms vraagt ze om ruimte en erkenning.
Wat steun kan bieden:
- Een plek waar het verhaal mag blijven bestaan
- Contact met mensen die iets soortgelijks meemaken
- Erkenning dat dit óók rouw is
- Mildheid voor jezelf wanneer je sociale energie beperkt is
Het draait zelden om meer contacten. Het draait om nabijheid die klopt.
Tot slot
Anna schrijft gedichten. Ze breit. Ze fietst. Niet om de eenzaamheid te laten verdwijnen, maar om zichzelf niet kwijt te raken. Ze zegt: “Ik vertrouw steeds meer op mijn gevoel. Dat geeft me houvast.” Misschien is dát wat verschil maakt – dat iemand naast je blijft staan en zegt: “Je hoeft het niet uit te leggen. Het mag er zijn.”Naam gefingeerd in verband met privacy.

