
Kinderen rouwen niet alleen om het verlies zelf, maar ook om alles wat er opeens anders is geworden.
In de rubriek ‘Drie vragen aan…’ beantwoorden rouw- en verliesexperts drie vragen rondom verlies en rouw. In deze editie Hanne van Willigenburg, kinder- en rouwcoach, over het rouwen in golven, het belang van eerlijkheid, en de dubbelheid van ouderschap in rouw.
Waar gaat rouwen over?
Rouwen gaat in de kern over liefde. Over het feit dat iemand die belangrijk voor je was er niet meer is, terwijl de relatie in jou wel blijft bestaan. Bij kinderen is dat vaak heel zichtbaar: zij rouwen niet alleen om het verlies zelf, maar ook om alles wat er ineens anders is geworden in hun wereld. Dat is voor kinderen zo concreet als ‘wie brengt me nu elke zaterdag naar voetbal?’.
Wat volwassenen soms vergeten, is dat kinderen rouw niet in één lijn ervaren. Het komt in golven, soms heel intens en verdrietig, en even later spelen ze weer alsof er niets aan de hand is. Dat is geen verwarring of ‘niet goed rouwen’, maar juist hun manier om te kunnen omgaan met iets dat eigenlijk te groot is om in één keer te bevatten.
Rouw is geen proces dat je afrondt, maar iets dat zich meebeweegt met het leven. Zeker bij kinderen groeit rouw mee met hun ontwikkeling: op verschillende leeftijden begrijpen ze het opnieuw, voelen ze het opnieuw, en geven ze er opnieuw betekenis aan.
Waarom is praten over de dood zo moeilijk?
Praten over de dood is moeilijk omdat het ons confronteert met iets wat we niet kunnen oplossen of controleren. Zeker als het om kinderen gaat, willen volwassenen hen het liefst beschermen tegen pijn. En de neiging is dan vaak om te verzachten, te vermijden of woorden te zoeken die het minder hard maken. Maar juist daar ontstaat spanning: kinderen voelen haarfijn aan wanneer iets groot is, ook als we het niet benoemen. Als we het niet concreet maken, gaan ze het zelf invullen — en die fantasie is vaak zwaarder dan de werkelijkheid.
Daarnaast schuurt het ook bij volwassenen zelf. Praten over de dood betekent ook stilstaan bij eigen verlies, angst en machteloosheid. En dat maakt het gesprek ingewikkeld, zelfs als je weet dat openheid helpend is. Wat ik in de praktijk steeds weer zie: eerlijkheid hoeft niet zwaar te zijn. Kinderen kunnen de waarheid vaak beter dragen dan we denken, zolang die maar rustig, duidelijk en liefdevol wordt gebracht.
Wat geloofde je zelf over rouw wat niet bleek te kloppen?
Wat ik zelf lang dacht, is dat rouw één proces is dat je als persoon doormaakt. Iets wat ‘van jou’ is en waar je doorheen gaat.
Tot ik zelf moeder was en een goede vriendin verloor. Toen pas zag ik hoe anders rouw wordt als je ook kinderen hebt. Je rouwt niet alleen om je eigen verlies, maar je draagt tegelijk ook de rouw van je kinderen. En die twee lopen niet gelijk. Ik had mijn eigen verdriet, mijn eigen herinneringen en mijn eigen manier van verwerken. En daarnaast waren er de vragen van mijn kinderen, hun emoties, hun beelden, hun manier van proberen te begrijpen wat dood betekent. Soms totaal anders, soms verrassend raak, maar nooit hetzelfde tempo.
Dat maakte iets heel duidelijk: rouw is geen individuele reis, maar een soort parallel bestaan. Je leeft je eigen verlies, terwijl je ook getuige bent van dat van je kind. En juist in die dubbelheid ligt veel van de kwetsbaarheid én de kracht van ouderschap in rouw.Met mijn moeder heb ik het in de laatste fase van haar leven, toen ze dement was, in orde kunnen maken. Niet met woorden, maar wel in verbinding.

