
We schuiven de dood vooruit, totdat het ineens midden op tafel ligt
In de rubriek ‘Drie vragen aan…’ beantwoorden rouw- en verliesexperts drie vragen rondom verlies en rouw. In deze editie Sander de Hosson, longarts en mede-oprichter van Samen Carend, over levend verlies, praten over de dood, en nabijheid in de zorg.
Kun je ook rouwen als iemand nog in leven is? Hoe doe je dat?
Ja, dat noem je levend verlies — en dat is misschien wel de meest onderschatte vorm van rouw. Het is de rouw die begint terwijl iemand er nog is: als een ouder langzaam verdwijnt in dementie, als een partner door ziekte verandert, of als een toekomstbeeld plots wegvalt. Het is ingewikkelde rouw, omdat de ander nog leeft, en afscheid nemen voelt als verraad. Toch helpt het als je daarin jezelf de ruimte geeft: om verdriet toe te laten zonder je schuldig te voelen. Rouwen is niet alleen iets van het einde, het is ook iets van het langzaam loslaten onderweg.
Waarom is praten over de dood zo moeilijk?
Omdat de dood iets blootlegt waar we liever niet aan herinnerd worden: onze kwetsbaarheid, ons gebrek aan controle. We leven in een samenleving die vooral gericht is op maakbaarheid en succes, niet op ziekte en eindigheid. Daardoor schuiven we de dood liever voor ons uit, tot het ineens midden op tafel ligt. En dan zijn we vaak onvoorbereid en raken we verlamd door emoties. Wat helpt is niet wachten op dat moment, maar het gesprek voeren als er nog lucht en licht is — juist dan kunnen we elkaar echt leren kennen.


Na het overlijden van mijn man afgelopen jaar aan longkanker, heb ik gemerkt dat rouw en praten ervoer voor veel mensen moeilijk is. Voor mezelf niet ik wil het delen de momenten van verdriet en soms onmacht voor het onvermijdelijke.
Het is het een dagelijks terugkerend iets in diverse vormen, soms door een foto, geluiden of geur, de urn die soms troostend of confronterend in de woonkamer staat, wachtend op een volgende stap.
Verdriet is voor iedereen persoonlijk en voor mij al anders dan voor m`n kinderen, zijn familie. Schuldgevoel als je er een dag minder hebt stilgestaan of een fijne dag hebt gehad. Ik weet dat dat niet hoeft maar je gevoel kan er niet omheen. Sinds zijn dood ben ik veel meer bezig om voor straks voor mezelf hier mezelf ruimte voor te geven, de acceptatie dat ik de tijd niet kan verslaan en proberen van dag tot dag te leven.
de omgeving die verschillend reageert soms heel betrokken, van mensen die je niet verwacht soms ontwijkend. Vragen zoals hoe is het met je en vervolgens over ander soortgelijke situaties praten of snel een ander onderwerp starten. Je leert ermee omgaan, pijnlijk of niet. Deze situaties zijn nu eenmaal zoals ze zijn.
Jezelf opnieuw uitvinden na een halve eeuw is intensief maar als je zelf niets onderneemt komen er ook geennieuwe mogelijkheden op je pad, ook als zal het gemis een onderdeel van je leven blijven. Als laatste wil ik graag nog zeggen dat ik het jammer vond om destijds geen arts hebben gehad zoals Sander de Hosson die zo openstaat voor de mens in zijn kwetsbaarste deel van zijn leven, wat hadden we hier veel aan gehad.