
Rouw is er wanneer verlies ons begrip van de wereld en van onszelf verandert
In de rubriek ‘Drie vragen aan…’ beantwoorden rouw- en verliesexperts drie vragen rondom verlies en rouw. In deze editie Carlo Leget, hoogleraar zorgethiek aan de Universiteit voor Humanistiek en verbonden aan het Centrum voor Rouw en Existentiële Waarden in Denemarken, over de relatie tussen verlies en rouw, over onze angst voor de dood en over de kunst van het leven in het hier en nu.
Waar gaat rouwen over?
Rouw gaat over verlies. En het leven zit vol met verliezen. Wanneer we rouw zeggen denken we vaak aan verlies door een overlijden, maar rouw begint al veel eerder. Als je bijvoorbeeld hoort dat je ongeneeslijk ziek bent, begint de rouw al: je verliest in één klap je gezondheid, je toekomst, het vanzelfsprekende vertrouwen in je lijf, en nog veel meer dingen. Oude verliezen komen boven. De dromen die nooit verwezenlijkt zijn, de teleurstellingen in het leven. We rouwen om veel meer dan we ons dikwijls bewust zijn.
Is waar verlies is dan automatisch ook rouw? In het boek Verlieskunst, dat ik samen met Mai-Britt Guldin geschreven heb, stellen we dat er sprake is van rouw, telkens wanneer een verlies ons begrip van de wereld en onszelf verandert. Zo’n verlies is existentieel, het betreft ons hele bestaan. Ik denk dat op dit moment veel mensen in ons land rouwen om de ontwikkelingen in de wereld die bedreigend zijn. En ik denk dat er veel rouw is die niet opgemerkt wordt door de mensen om ons heen.
Waarom zijn we zo bang voor de dood?
De dood is ongrijpbaar. We kennen de dood alleen indirect, wanneer we iemand verliezen die ons dierbaar is. En al onze voorstellingen van de dood zijn gebaseerd op wat we bij iemand anders zien. We kunnen angst hebben voor de pijn van het doodgaan, maar we weten niet echt hoe het is om dood te gaan. Een we kunnen ons al helemaal niet voorstellen dat we er niet meer zijn. Het is onbevredigend dat we geen vat krijgen op de dood met ons denken en voelen. De dood blijft ongrijpbaar. En dat is ongemakkelijk en voelt onveilig.
En tegelijkertijd is de gedachte aan onze eigen dood een voortdurende herinnering dat we hier en nu leven, en dat de klok doortikt. Hoe ouder we worden hoe meer we ervaren dat dit het dan was, ons leven, en dat we het hiermee moeten doen. Dat kan confronterend zijn. En we kunnen dan tegen levensgrote vragen aanlopen als ‘wat is de zin van dit alles, als we uiteindelijk allemaal doodgaan?’ Zinvragen kunnen beangstigend zijn omdat we er – opnieuw – nooit echt een antwoord op krijgen. Ook dat kan ongemakkelijk en onveilig voelen. Geen wonder dat veel mensen liever de andere kant opkijken – de kant van het leven.
Wat heeft rouw met jou persoonlijk gedaan?
Ik ben nu 61, en als ik terugkijk op mijn leven heb ik natuurlijk vele verliezen geleden waarover ik gerouwd heb. Als ik één groot verlies eruit mag nemen, zou ik mijn zus noemen die tien jaar geleden op 50-jarige leeftijd is overleden. Ze was 14 maanden jonger dan ik, en toen ze stierf waren mijn beide ouders erbij. Het was ongelooflijk verdrietig en bizar, en ik kan het nog steeds niet goed bevatten dat het echt gebeurd is. Twee inzichten neem ik mee in mijn professionele leven.
Ten eerste dat een zo’n groot en onverwacht verlies je wakker kan schudden uit je existentiële slaap en doet beseffen dat het leven hier en nu geleefd moet worden. Mijn zus werd op haar vijftigste uit het leven gerukt, een leven dat nog lang niet af was. De rouw om mijn zus heeft me meer naar het leven gekeerd. Het heeft geholpen om iedere dag opnieuw het leven te omarmen zoals het zich aandient.
De rouw om mijn zus heeft me ook geleerd dat rouw nooit helemaal weggaat maar met je meereist. Naarmate ik zelf verander, mis ik mijn zus op een andere manier. Er komen nieuwe vragen op over onze jeugd en hoe zij dat beleefd heeft, de keuzes die ze gemaakt heeft, onze ouders. Gelukkig heb ik nog een jongere zus, en de kinderen van mijn overleden zus met wie ik over haar kan praten. Dat maakt het rouwen minder eenzaam en geeft een nieuwe verbinding tussen ons

