rouwinformatie.nlrouwinformatie.nl
  • Home
  • Thema’s
    • Alles over rouw
    • Jouw rouw
    • Als de ander rouwt
  • Onze informatiepartners
  • Deel je verhaal
Interview

“Fantasie is voor mij een vorm om met rouw om te gaan”

Kindercoach en stemactrice Floor Paul vertelt in dit interview over haar eigen ervaring met fantasie in het omgaan met de doodm en hoe je kinderen daarbij in hun kracht kunt zetten. “Als we in staat zijn onze kinderen te leren dat ze niet een emotie zijn, maar het instrument waar de emotie doorheen stroom, dan zijn ze in staat om op de golf van emotie mee te surfen zonder erin te verdrinken.”

 

Home / publicaties / “Fantasie is voor mij een vorm om met rouw om te gaan” Stemactrice en kindercoach Floor Paul over kinderen, fantasie en rouw.

Tekening uit het prentenboek ‘Woeste Dagen Vol’

“Kinderen gebruiken hun fantasie om grip te krijgen op de wereld. Laten we ze daar niet op afwijzen.”

Floor Paul is voice-over en stemactrice, verhalenverteller, en kindercoach. Onlangs verscheen haar prentenboek ‘Woeste Dagen Vol’ over rouwverwerking voor kinderen, met prachtige illustraties van Anna Boterman. In dit interview vertelt ze over het ontstaan van dit boek en over hoe fantasie kinderen kan helpen omgaan met rouw en verlies.

Het boek ‘Woeste dagen vol’ gaat over een meisje dat haar zusje verliest en haar opzoekt in haar eigen fantasie. Hoe kunnen we onze fantasie gebruiken om om te gaan met rouw en verlies? 

Het gekke van deze maatschappij is dat we de geboorten vieren en de dood als iets engs blijven zien. Maar de dingen gaan altijd hand in hand. Licht bestaat niet zonder donker, pijn niet zonder geluk. Zo ook de dood. We rouwen om dat wat ons vreugde heeft gegeven. Ik probeer mijn kinderen te leren dat de dood bij het leven hoort. Dat het fijn zou zijn als de dood alleen zou komen als je oud en doorleeft bent, maar dat we het helaas niet voor het zeggen hebben. De dood komt wanneer het tijd is. Hoe oneerlijk dat ook is voor de achterblijvers, en voor degene die nog heel veel dingen wilde doen en beleven. Dat is waar we als mens om kunnen rouwen – het verlies van een ‘onaffe’ droom.

Ik ben altijd een kind met heel veel fantasie geweest. Het gebruik van fantasie was voor mij een manier om met mijn angsten en dingen niet ik niet kon vatten om te gaan. Die fantasie heb ik als groot goed gezien en mijn hele leven vast weten te houden.

Als we door een fantasie angstig worden kunnen we dezelfde fantasie ook gebruiken om met die angsten om te leren gaan. Zoals de angst voor de dood. Want waar zijn we precies bang voor? Het oordeel van God? Maar is dat ook niet fantasie? We weten het namelijk niet.

Ik gebruik mijn fantasie om een wereld te creëren die oordeelloos en vol met liefde is. Een plek waar ik kan communiceren met sommige dierbaren die niet meer in de fysieke wereld zijn. Voor mij zijn ze in een tussenruimte waar geen tijd en materie bestaat. Waar geen goed of kwaad huist, alleen de energie van zijn. Vanuit daar geven mijn dierbaren me goede raad en bemoedigende woorden. Of kritiek, zoals op de risotto die mijn overleden vriendin me ooit geleerd heeft te maken, en waar ik maar geen geduld voor kan opbrengen. Dat maakt me aan het lachen, en brengt me terug naar een fijne herinnering die we samen hadden. Fantasie helpt me om anders om te gaan met de rouw die nooit echt over gaat, maar wel verandert in vorm en omvang. Zo heb ik een vorm gevonden om met rouw om te gaan. Ik geloof dat ik mijn oudste geboren zoon daar mee aangestoken heb. Hij zet zijn overleden broer in met kaarten, om precies de juiste kaart te vragen aan de juiste persoon.

Kan dat echt? Hoor ik je denken. Geen idee. Misschien kun je met een beetje fantasie het onmogelijke. Ik ben er nog niet uit. Maar als het helpt doet het er niet toe of het bewezen waar is.

Wat zijn creatieve manieren om met rouw en verlies om te gaan?

De laatste jaren zijn er steeds meer boeken en films die over superkrachten en paralelle werelden gaan. Over het onzichtbare dat voor een paar uitverkorenen wel zichtbaar is. Al deze verhalen worden verslonden door de jeugd. Hoe zou dat komen? Zouden jongeren zich ergens bewust zijn van het feit dat ze hun eigen fantasie moeten bewaken? En mogen onderzoeken? Want waar ligt de grens tussen fantasie en realiteit? Misschien is de realiteit die wij als volwassenen ervaren niet persé hun realiteit?

Hoe zouden we kinderen minder kunnen afwijzen in hun fantasie? Dat wat ze gebruiken om grip te krijgen op de wereld. Vroeger verzon ik dingen die ik zag of hoorde, of die gebeurd waren met mijn fantasiezus. Dat noemde ik ‘putsels.’ Ik was me ervan bewust dat het zich niet helemaal in het hier en nu kon afspelen, maar het was wel zo belangrijk dat ik mijn ouders er over wilde vertellen. Dan vroegen ze me: “Floor, is dat een putsel of is dat echt?” Ze bedoelden het vast niet verkeerd, maar door een putsel niet als echt te benoemen plaats je het op een andere rang.  Hadden die twee werelden niet gewoon naast elkaar kunnen bestaan? Het bood mij houvast en troost.

Zou het kunnen dat we als baby de deuren naar een andere dimensie nog open hebben? Dat de twee werelden, de ’fantasiewereld ’ en de realiteit, als één geheel ervaren worden? Maar dat we in het groter worden de ene wereld vergeten, of als minderwaardig zien. Waardoor de deur naar deze ‘fantasiewereld’ letterlijk dichtvalt. Zouden we, als we kinderen blijven herinneren aan het onzichtbare, misschien die ‘fantasiewereld’ kunnen behouden?

Dan zouden we een manier hebben om kinderen op zoek te laten gaan binnen die fantasiewereld. En de grens tussen hier en daar, tussen dood en leven, kunnen onderzoeken. Is het vanuit angst dat we daar geen nieuwsgierigheid naar hebben? Als je kinderen uitnodigt om oordeelloos in het leven te staan en naar zichzelf te leren kijken, kunnen ze ook de dingen die zij ervaren als waarheid blijven zien.  Te vaak zeggen we als ouders “Doe nou even normaal.”  Daarmee wijzen we ook een groot stuk van het kind zelf af, omdat wij het als abnormaal ervaren.

Voor mij is het leven tijdelijk. Het huisje (mijn lijf) dat ik gekozen heb neemt me mee op reis door de ervaringen in mijn leven. Die ervaringen laten mijn ziel groeien. Daar horen pijn en geluk ook bij, die vormen me tot wie ik nu ben. Er zijn mensen die de dood proberen te overwinnen. Maar ik zie de dood niet als het einde. Voor mij is het een overgang van het ene in het andere, en ik ben ontzettend nieuwsgierig naar dat andere.

 Er zijn veel mensen die nog met een overleden dierbare communiceren of voelen dat ze daar tekens van krijgen. Hoe kijk jij hier tegen aan?

Ja, dat heb ik ook. Dat is datzelfde gevoel. Het fysieke lichaam is op, door ouderdom of ziekte, maar dat betekent niet dat de ziel weg is. Het is overgegaan in iets anders. Zie het als een herinnering. Een jurk die je tijdens een hele fijne zomer hebt gedragen en die op een gegeven moment op is. Dan is de jurk er niet meer, maar de herinneringen aan de jurk wel. Dus ergens is de jurk er ook nog steeds. Snap je wat ik bedoel?

Alles is energie. Het is aan ons als mens om te kiezen hoe we ermee om gaan. Dat is ook zo met de dood. Als jij er blij van wordt om te zeggen: “weg is weg”, dan is dat prima. Als jij er blij van wordt om te zeggen: “degene is nu bij God”, dan is dat ook goed. Als jij zegt: “ik voel degene nog bij me, en dat maakt me blij”, dan is dat net zo waar.

Leven en dood zijn voor iedereen unieke ervaringen. Als we het zo kunnen benaderen denk ik dat er veel leed bespaard blijft. Want een ervaring is iets dat jij als individu beleeft, en daar plakt geen goed of fout aan. Dat is van jou en dat is dat.

Kun je wat meer vertellen over je eigen ervaring met de dood en hoe je hiermee bent omgegaan?

Al van jongs af aan had ik een fantasiezus. Nu vraag ik me soms af of ze echt heeft bestaan. Als tweelingzus in de baarmoeder van mijn moeder. Die daar overleed voordat ze werd geboren. Er bestonden toen nog geen echo’s, dus die ‘waarheid’ zal ik nooit weten. Ik zag en hoorde haar als enige, en ze hielp me in moeilijke situaties. Ze maakte me aan het lachen. In de uren naar Frankrijk op vakantie in de auto. Als ik ruzie had met mijn moeder of zus. Dat zijn de momenten die ik me nog goed kan herinneren. Op mijn achtste heb ik haar weggestuurd. Ik vond het ongemakkelijk en besefte dat het niet ‘normaal’ was. Ik wilde heel graag wel normaal zijn.  Ik heb haar daarna niet meer om hulp gevraagd, al voelde ik wel dat ze er nog ergens was.

Op de middelbare school had ik een vriendin die in een psychiatrische inrichting zat. Iedere ochtend fietste ik langs het gebouw en sprak ik in mijn hoofd tegen haar. Stuurde ik haar moed en energie om door die tijd heen te komen.  Tot ik op een ochtend antwoord kreeg en ze zei: “fiets maar rustig hoor, ik ben er niet meer.” Ik schrok me rot want ik had dit stukje (haar horen) jaren geleden al afgesloten. Op school stond de decaan me op te wachten. Ze had een einde aan haar leven gemaakt.

Hierna ben ik nog heel veel mensen verloren. En ook die spraken soms met mij. Ik zocht vaak de natuur op om te schreeuwen tegen de wind. Te leunen tegen een boom, te tekenen, dansen, zingen. Allemaal manieren om uiting te geven aan de pijn die ik ervaarde. Pas toen mijn eerste zoon na een late miskraam overleed, ging de deur naar het communiceren met het onzichtbare weer helemaal open. Ik heb afscheid van hem genomen in het bos waar mijn tante een vakantiehuisje heeft. Ik liet hem los en zag hem weglopen als een licht, een zonnestraal, maar dan anders. Noem het fantasie. Of misschien wel niet?

Toen drie jaar na zijn dood mijn beste vriendin stierf, bleef die ‘fantasie’ aan. Ik praat heel vaak met haar, ze was energetisch bij de geboorte van mijn tweede zoon, en ze geeft me advies als ik daarom vraag. Vooral de dingen niet zo serieus te nemen en te lachen om problemen, dat heb ik echt van haar geleerd. Dat maakt de dood ook minder beladen. Als ik haar mag geloven is het prachtig om lichaamloos te zijn. Je kan overal tegelijk zijn, want er is geen tijd. Soms voel ik haar sterker aanwezig, soms helemaal niet. Misschien ligt het aan mijn eigen behoefte of ‘fantasie’.

Toen ‘Woeste dagen vol’ maar niet van de grond kwam, en geen enkele uitgeverij het aandurfde een boek over een beladen onderwerp uit te geven, heb ik ook haar hulp gevraagd. Daarna ging het snel. Op haar fysieke verjaardag, 15 januari, tekende ik het contract bij de uitgeverij. En een jaar later , weer op haar verjaardag, lag het boek in de winkels. Noem het fantasie, maar in mijn beleving is er écht meer dan wat we aangeleerd worden om te zien.

Wat is de reden voor het schrijven van ‘Woeste dagen vol’ geweest? Wat wil je ermee uitdragen?

Dit verhaal is mijn verhaal. Het vertelt eigenlijk over de verbinding die ik met mijn fantasiezusje had. En het besluit om haar los te laten om zelf in het leven te leren staan. Het is ook het verhaal van mijn vader, die zijn zus verloor toen hij jong was. Het verhaal van mijn zoon, die zijn broer verloor voordat hij zelf geboren was. Het verhaal van heel veel kinderen die alleen overblijven, maar nooit echt alleen zullen zijn. Op een bepaalde manier zijn ze altijd verbonden met de broer of zus die niet meer in de fysieke wereld aanwezig is.

Maar zoals mijn vader nog altijd herinneringen ophaalt aan de fijne momenten met zijn grote zus, of mijn zoon die zijn overleden broer soms nodig heeft bij moeilijke situaties: in de herinnering blijven ze altijd bestaan, en in die herinnering kun je troost vinden. Dus helemaal weg zijn ze nooit. Dat is misschien op een bepaalde manier heel troostend. Een brug bouwend van hier naar daar.

Je hebt veel dingen gedaan om kinderen in hun kracht zetten. Hoe kun je kinderen in hun kracht zetten als ze omgaan met verlies en rouw?

Ik denk dat het belangrijk is dat we kinderen leren om in verbinding te blijven. In verbinding met zichzelf en de ander. In geval van rouw is er pijn. Die pijn mag gevoeld worden, het verdriet dat daarbij hoort mag erkend en gedeeld worden. We zijn geneigd om uit verbinding te gaan als we rauwe emoties voelen. Onze adem in te houden, en te denken dat we er alleen voorstaan. Te vinden dat we er alleen doorheen moeten. Maar het is juist de verbinding met de ander die de heling geeft. Het luchten van je hart op welke manier dan ook.

Als ik met mijn eigen kinderen praat, vergelijk ik het leven soms met een game. Met levels die je moet behalen. Dat iedereen zo goed mogelijk zijn eigen game probeert uit te spelen. Soms is een level heel makkelijk en soms vreselijk ingewikkeld. Dan moet je keer op keer opnieuw beginnen, omdat je het maar niet voor elkaar krijgt. Maar mijn kids geven nooit op als het om een game gaat. Dan gaan ze zich inlezen hoe anderen het doen, of ze stoppen er een tijdje mee. Tot ze ineens een ingeving hebben en het weer oppakken.

Zo zie ik verlies en rouw ook. De emoties die ermee gepaard gaan zijn zo groot, en het gaat in golven. Je kunt maar het beste meesurfen op die golven. Want als je je verzet, spoelen ze over je heen tot je verdrinkt. Emoties horen bij het leven, iedereen kent ze en iedereen heeft ze. En vooralsnog heeft het mijn kinderen altijd geholpen om vanuit de verbinding met ons als ouders te praten over hoe ze zich voelen. Te fantaseren over hoe ze het willen.  Als we in staat zijn onze kinderen te leren dat ze niet de emotie zijn, maar het instrument waar de emotie doorheen stroomt, dan zijn ze in staat om op de golf van de emotie mee te surfen zonder erin te verdrinken. Hoe groot de emotie ook is. Dan kunnen ze de emotie als een ervaring zien, iets waar je doorheen gaat, wat heftig is, maar wat ook weer overgaat of uitdooft. Tot de volgende golf komt. The bumpy road called life.

Wat mag er wat jou betreft veranderen in de samenleving met betrekking tot de dood? 

“De zon en de dood kan men niet lang recht aankijken.” Dat is een uitspraak van de schrijver Francois de La Rochefoucauld. Net zoals de zon te fel is voor onze ogen, zou de dood te intens zijn voor onze geest. Ik denk dat er lang geheimzinning is gedaan over de dood. Maar met het veranderen van de maatschappij, is ook de mogelijkheid om opener over de dood te spreken aan het veranderen. We verzinnen geen fabeltjes meer voor kinderen over opa’s die slapen en oma’s die op reis gaan.

We kunnen nu op zoek gaan naar nieuwe manieren om met de dood om te gaan, in een tijdperk waarin de kerk niet langer de leidraden aangeeft, en de tradities niet meer altijd adequaat zijn. De wereld is aan het veranderen, onze manier van kijken is aan het veranderen, de kinderen die worden geboren zijn anders, en de dood dus ook. En dat vraagt van ons als mens dat we mee bewegen. Maar verandering is altijd spannend. Sommige mensen proberen heel hard vast te houden aan dat wat ze kennen. Ik denk dat als we leren mee te stromen met de grotere beweging die gaande is, dat er dan een nieuwe uitkomst zal komen.

Bronnen & verder lezen

juli 1, 2026 Floor Paul

Over de auteur

Floor Paul

Floor Paul (1983) heeft altijd al van verhalen gehouden. Ze volgde de toneelschool in Amsterdam en speelde in theater, tv-series en films. Terwijl ze als stemactrice en theaterdocent in asielzoekercentra werkte, ontwikkelde ze haar eerste kinderfilm ‘Salam’ (2013) , gevolgd door de met prijzen overladen korte film ‘KI.’ (2015). Ook was ze casting director en kindercoach op de filmset. Samen met Lilian Sijbesma schreef ze de kleuter drama serie 'KABAM!', die een International Emmy Award (2022) en Cinekid Leeuw (2021) won. Sinds 2026 ligt haar prentenboek 'Woeste dagen vol' in de schappen. Een verhaal over rouwen en het vieren van herinneringen. In Floor's werk is diversiteit een belangrijk speerpunt. Als schrijver vindt ze het essentieel om verhalen te vertellen over angst en moed. Maar bovenal over het geloven in jezelf.

Gerelateerde artikelen

  • 3 vragen aan...
    <b>“Rouwen doe je samen” </b> <br>Rouwexpert Irene Apon-Vissers beantwoordt drie vragen over rouw en verlies.
    “Rouwen doe je samen”
    Rouwexpert Irene Apon-Vissers beantwoordt drie vragen over rouw en verlies.
    juni 24, 2026
  • Column
    <b>“Rouw laat zich niet ordenen. Het is veel rommeliger dan dat.”</b> <br>Column van Sander de Hosson, mede-oprichter van Samen Carend, over rouw die zich niet houdt aan de regels van anderen.
    “Rouw laat zich niet ordenen. Het is veel rommeliger dan dat.”
    Column van Sander de Hosson, mede-oprichter van Samen Carend, over rouw die zich niet houdt aan de regels van anderen.
    juni 10, 2026
  • 3 vragen aan...
    <b>“Rouw is geen individuele reis, maar een soort parallel bestaan” </b> <br>Rouwexpert Hanne van Willigenburg beantwoordt drie vragen over rouw en verlies.
    “Rouw is geen individuele reis, maar een soort parallel bestaan”
    Rouwexpert Hanne van Willigenburg beantwoordt drie vragen over rouw en verlies.
    juni 3, 2026

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet weergegeven.

  1. Verder lezen bij dit artikel

  2. Bekijk Floor’s website hier.

  3. Lees meer interviews

Initiatief

Rouwinformatie.nl is een
initiatief van
samencarend

Contact

Samen Carend
Postbus 6031
9702HA Groningen
info@samencarend.nl

Volg ons op

    • Instagram
    • Facebook
    • LinkedIn

 

  • © 2025 Samen Carend
  • Algemene voorwaarden
  • Privacyreglement
  • Cookiebeleid
  • Disclaimer
  • Nieuwsbrief
  • © 2024 Vereniging Leven met Dood
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Cookiebeleid
  • Algemene voorwaarden

Fijn dat je onze website bezoekt.

Ook wij maken gebruik van cookies om (geanonimiseerde) statistieken en voorkeuren bij te houden, zodat wij onze communicatie zo goed mogelijk kunnen afstemmen op de wensen van onze bezoekers. Met jouw toestemming voor het plaatsen van cookies zijn we in staat steeds meer leren over rouw en verlies in Nederland. Lees meer over ons cookiebeleid.