
“Onderschat nooit wat jouw woorden op een kwetsbaar moment kunnen doen”
In de rubriek ‘Drie vragen aan…’ beantwoorden rouw- en verliesexperts drie vragen rondom verlies en rouw. In deze editie vertelt Lars de Jong, auteur, spreker, en teamchef bij de Politieacademie, over de juiste woorden vinden bij slechtnieuwsgesprekken, over de kracht van kwetsbaarheid, en over zijn eigen ervaringen met rouw na het overlijden van zijn vrouw Janet.
Wanneer begint rouw?
Achteraf heb ik mezelf die vraag vaak gesteld. Begon mijn rouw toen mijn vrouw Janet overleed? Toen we hoorden dat ze ongeneeslijk ziek was? Of misschien al veel eerder? Voor mij is het antwoord niet één moment. Toen Janet kanker kreeg, veranderde er iets. Er was nog alle hoop dat ze beter zou worden. Na haar operatie kregen we zelfs het verlossende woord: genezen. Er was blijdschap, geluk en ruimte voor nieuwe dromen.Maar tegelijkertijd was er iets veranderd. Janet was haar vertrouwen in haar lichaam kwijtgeraakt. Achteraf denk ik dat daar al een vorm van rouw aanwezig was. Niet om Janet zelf, want zij was er nog, maar om dingen die niet meer vanzelfsprekend waren. Toen later duidelijk werd dat Janet ongeneeslijk ziek was, werd dat verlies scherper. Hoe verschrikkelijk die boodschap ook was, toen viel de spanning van het niet weten weg. De voortdurende marteling van ‘misschien’ stopte. Wat overbleef was duidelijkheid: onze toekomst zou anders worden.
Daarom denk ik nu dat rouw niet per se begint wanneer iemand overlijdt. Rouw kan al beginnen wanneer iets van betekenis verloren gaat of verandert. Dat kan gezondheid zijn, vertrouwen, vanzelfsprekendheid of een toekomst die je samen voor ogen had. Je kunt tegelijkertijd gelukkig zijn om wat er nog is en verdriet hebben om wat je dreigt te verliezen. Dat maakt rouw zo ingewikkeld.
Welke taboes mogen doorbroken worden als het gaat over de dood en rouw?
Ik denk dat we eerlijker mogen zijn over wat de dood en rouw met ons doen. Rouw is niet netjes of voorspelbaar en gevoelens passen niet altijd bij het beeld dat we ervan hebben. Een gevoel waar volgens mij meer ruimte voor mag zijn, is opluchting. Toen mijn vrouw overleed, was er intens verdriet, maar ook opluchting. Haar lijden was voorbij. Dat vond ik moeilijk, juist omdat ik ontzettend veel van haar hield. Toch kunnen die gevoelens naast elkaar bestaan. Opluchting betekent niet dat de liefde minder groot was. Misschien komt die juist voort uit liefde: je wilt niet dat iemand van wie je houdt verder moet lijden.
Ook andere tegenstrijdige gevoelens mogen er zijn. Je kunt verdrietig zijn en toch genieten van een mooie dag. Je kunt gefrustreerd zijn op iemand van wie je houdt. Je kunt verlangen naar het einde van een zwaar ziekteproces en tegelijkertijd willen dat de tijd stilstaat. Daarnaast mogen we het idee loslaten dat kracht betekent dat je jezelf altijd groot moet houden. Voor mij zit er juist kracht in kwetsbaarheid: durven zeggen dat je bang bent, dat iets te veel is of dat je het niet weet.
De dood heeft mij bovendien bewuster gemaakt van het leven. Een gewone ochtend, samen eten, een gesprek of simpelweg naast iemand zitten: het zijn ineens geen vanzelfsprekende momenten meer. Misschien moeten we daarom niet alleen meer over de dood praten, maar vooral eerlijker over wat de dood met ons doet. Ook wanneer gevoelens niet netjes bij elkaar passen en we niet weten wat we moeten zeggen.
Wat wil je, door jouw persoonlijke ervaring met rouw, aankomende politiemensen meegeven over hun communicatie bij kwetsbaarheid en rouw?
In ruim 25 jaar bij de politie ben ik gewend geraakt aan moeilijke gesprekken en het brengen van slecht nieuws. Maar toen mijn eigen vrouw ongeneeslijk ziek werd, kwam ik ineens aan de andere kant van zo’n gesprek te staan. Toen begreep ik pas echt wat woorden kunnen betekenen. Eén zin kan een leven in tweeën delen: het leven van vóór het nieuws en het leven erna.
Daarom zou ik aankomende politiemensen willen meegeven: onderschat nooit wat jouw woorden op een kwetsbaar moment kunnen doen. Je hoeft niet altijd de perfecte woorden te hebben. Soms is het juist krachtig om te zeggen: “Ik weet niet goed wat ik moet zeggen.” Of om stil te zijn. Je hoeft verdriet niet weg te nemen of een situatie direct op te lossen. Soms is er vooral behoefte aan iemand die er is, luistert en het verdriet niet uit de weg gaat.
Mijn ervaring als vader heeft mij dat ook geleerd. Toen wij onze kinderen moesten vertellen dat hun moeder zou overlijden, konden we hun verdriet niet wegnemen. We konden er alleen voor zorgen dat er ruimte was om vragen te stellen, bang te zijn en op hun eigen manier met de situatie om te gaan.
Ook bij de politie geldt: achter een melding, ongeval of overlijden zit een mens. En vaak ook een gezin en andere naasten die op dat moment geconfronteerd worden met iets wat hun leven verandert. Mijn persoonlijke ervaring heeft mij geleerd dat mensen zich misschien niet alle woorden van een moeilijk gesprek herinneren, maar wel hoe iemand hen op dat moment heeft laten voelen.
Je hoeft niet alle antwoorden te hebben en je hoeft het verdriet niet op te lossen. Maar je kunt er wel voor zorgen dat iemand zich op het moeilijkste moment van zijn of haar leven niet alleen voelt. Dat is misschien wel de belangrijkste vorm van professionele weerbaarheid die ik zelf heb geleerd: sterk genoeg zijn om dichtbij te blijven wanneer het voor een ander heel kwetsbaar wordt.
