rouwinformatie.nlrouwinformatie.nl
  • Home
  • Thema’s
    • Alles over rouw
    • Jouw rouw
    • Als de ander rouwt
  • Onze informatiepartners
  • Deel je verhaal

“Rouwen doe je samen”. Drie vragen aan rouwexpert Irene Apon-Vissers.

Hoe begeleid je kinderen in rouw?  Irene Apon-Vissers, deskundige op het gebied van kinderen en rouw, vertelt onder andere over hoe zij als leerkracht zelf omgaat met het begeleiden van kinderen in rouw. “Het allerbeste wat de vader had gedaan was dat hij om hulp vroeg. Dat was de eerste stap naar een prettige afscheid van mama.”

Home / SOORT ARTIKEL / Drie vragen aan... / Memento Mori

De inhoud van de boodschap “mama is dood” had hij eigenlijk niet goed begrepen

In de rubriek ‘Drie vragen aan…’ beantwoorden rouw- en verliesexperts drie vragen rondom verlies en rouw. In deze editie Irene Apon-Vissers, leerkracht speciaal onderwijs en deskundige op het gebied van kinderen en rouw, over de verwevenheid van rouw en liefde, over hoe belangrijk het is om kinderen te betrekken bij verlies, en over haar eigen ervaring in de begeleiding van kinderen in rouw.

Houdt rouwen op?

Rouw houdt nooit op. Het wordt alleen anders met de jaren. Rouw is in mijn ogen niet iets dat over gaat, verwerkt wordt, of dat je een plekje kunt geven. Dat zijn dooddoeners, dingen die mensen zeggen als ze niet weten wat rouw echt is.  Nee, het is iets dat voor altijd bij je blijft.

Ik vergelijk het vaak met houden van. Als je van iemand houdt en die persoon gaat dood, dan hou je nog steeds van diegene. Alleen is hij er fysiek niet meer. Maar de liefde gaat niet over. Hetzelfde met rouwen, dat gaat ook niet over. Je blijft je herinneringen (gelukkig!) houden. En dus is diegene nooit weg. Hij blijft bestaan, alleen niet meer lijfelijk. En juist doordat hij of zij in je herinneringen en gedachten blijft, blijft ook de rouw. Liefde en rouw zijn verweven, ze lopen volgens mij hand in hand.

Wat mag er in de samenleving veranderen  in de omgang met de dood en rouw?

Wat mij betreft mogen we er nóg opener in worden, het meer bespreekbaar maken. En dan van jongs af aan. Juist óók met kinderen. Ik zou nog een stap verder willen gaan, en ervoor willen pleiten dat het een schoolvak wordt: leren omgaan met gevoelens. En dan verlies en rouw als onderdeel van het gevoel verdriet.

Want helaas overkomt het onze kinderen vroeg of laat allemaal, dat ze in aanraking komen met de dood. We kunnen ze er niet tegen beschermen: dood hoort nou eenmaal bij het leven. Dan is het toch beter om ze te helpen om ermee om te gaan?

We kunnen kinderen proberen te beschermen door ze weg te houden bij het onderwerp, maar ik denk juist dat hen erbij betrekken veel beter is. Dan leren ze dat het bij het leven hoort. Het hoeft niet zwaar te zijn! Sterker nog: voor kinderen is rouw niet hetzelfde als voor volwassenen. Zij kunnen veel beter schakelen tussen verdriet en ‘weer door’.  Kinderen wisselen makkelijker tussen huilen en dan weer spelen. Vooral jonge kinderen. Zij begrijpen nog niet dat iemand die dood is, dat voor altijd is. En dat je diegene dus nooit meer ziet. De impact van het woord ‘nooit’ kennen zij nog niet. Tijd is nog te abstract. Zij weten pas net wat ‘morgen’ en ‘gisteren’ betekent.

 Dus betrek iedereen (jong en oud) bij rouw. Kinderen kunnen vaak heel goed zelf aangeven waar ze wel of geen behoefte aan hebben. Vraag het ze gewoon. Maak de dood bespreekbaar, wees open, en leg duidelijk uit hoe het allemaal zit. Geen mooiere verhalen dan de werkelijkheid, gewoon in Jip en Janneke taal. Zeg eerlijk wat je voelt en denkt. En doe het vooral samen. Want samen moet je ook verder.

 Wat is het meest ontroerende dat je hebt meegemaakt rondom rouw?

Dat is een moeilijke vraag. Ik heb zowel op school en in de wereld van de uitvaart veel gezien. Ik heb ontzettend schrijnende, maar ook ontroerende momenten meegemaakt. Zo denk ik vaak terug aan een jongen uit mijn klas. Ik heb hem, samen met zijn vader, begeleid in het verlies van zijn moeder. Hij zat bij mij in de groep, op het speciaal onderwijs. Een kind met een bijzondere rugzak zal ik maar zeggen. Zijn vader twijfelde of hij de jongen moest betrekken bij het ziekbed en het sterven van zijn moeder. Hij dacht bijvoorbeeld dat het beter zou zijn om hem niet mee te nemen naar de opbaring.

Ik vroeg hem: “Kun je hem niet vragen wat hij zelf wil doen?” Dat vond de vader heel lastig. Hij wist namelijk niet zo goed wat hij moest zeggen. Toen ik hem aanbood om dan met ze mee te gaan, nam hij dat aanbod heel graag aan. Samen met de jongen ben ik naar zijn moeder gaan kijken. Ze lag in een ruimte waar de familie zelf de sleutel van had, en waar ze dus altijd in en uit konden lopen. We hadden wat te drinken gepakt en voorzichtig liepen we de kamer binnen waar mama lag opgebaard. De jongen was enigszins onrustig omdat hij niet wist wat hij moest verwachten. Een hele normale reactie. Terwijl we naar binnen liepen,  vroeg hij: “Mijn mama is dood hè?”. “Ja”, zei ik, “we gaan nog één keer naar haar kijken.”

In de kamer stond een kist waar zijn moeder in lag opgebaard. We liepen er naar toe. De jongen was een beetje verlegen en pakte mijn hand vast. Hij zei niets. En dat was erg bijzonder. Want als je hem kent, weet je dat hij eigenlijk bijna nooit stil is. Hij blijft altijd vragen stellen en vertellen.

We stonden een tijdje rustig naar mama te kijken en toen kwamen de vragen. Nou, eigenlijk waren het meer bevestigingen waar hij om vroeg. “Ze is dood toch?”, “Ze wordt niet meer wakker hè?”, “Kan ik haar aanraken?”, “Ze doet het niet meer hè, net als iets waar de batterijen van op zijn. Toch?”, “Ze was ziek, maar nu is ze dood, hè?” Er kwamen een stormvloed aan gedachten los.

Rustig gaf ik antwoord op al zijn vragen. We hebben nog aan mama gevoeld en haar nog hele lieve dingen verteld. We hebben een hele tijd bij haar gestaan. En toen vond hij het opeens genoeg geweest. “Ik heb genoeg gezien, ik wil gaan.” Het was een heel mooi en waardevol afscheid.

Voor zijn eigen verwerking was het heel goed. Zo zag dit jongetje dat mama niet meer beter zou worden. En begreep hij ook dat ze niet meer thuis zou komen. Ze was nu dood en dat had hij zelf gezien en gevoeld. Daarvoor was het hem wel verteld,  maar de inhoud van de boodschap: ‘mama is dood’ had hij eigenlijk niet goed begrepen.

Nu weet hij het. Hij heeft het zelf ervaren. Het maakt het gemis niet minder. Maar wel begrijpelijker. Het is nu een jaar geleden en soms hebben we het er nog wel eens over. Hij zegt dan tegen mij: “Weet je nog juf, dat je bij mij op bezoek kwam? Wij zijn samen gaan kijken naar mama hè.” “Ja, jongen, dat klopt. Mama lag er mooi bij.” Dat vond ik ook”, zegt hij dan.

Soms zegt hij er iets over en praten we er even over. Soms zeg ik of vraag ik iets. Een herinnering die ik heb aan haar bijvoorbeeld. Want ik vind het belangrijk dat we de mensen die zijn overleden blijven benoemen. Zij maken nog steeds deel uit van ons leven. In gedachten en herinneringen. En in het gemis. Om die levendig te houden en te koesteren, is het fijn om er soms nog over te praten.

Het allerbeste van zijn vader was dat hij hulp vroeg. Dat was de eerste stap naar een prettige afscheid van mama. Dan kan ik weer beamen: rouwen doe je samen.

Bronnen & verder lezen

juni 17, 2026 Irene Apon

Over de auteur

Irene Apon

Irene is leerkracht speciaal onderwijs, deskundige op gebied van kinderen en rouw, en auteur van het boek 'Tommies nieuwe normaal'. Haar missie is kinderen leren om te gaan met verlies en verdriet en hun gevoelens.

Gerelateerde artikelen

  • Column
    <b>“Rouw laat zich niet ordenen. Het is veel rommeliger dan dat.”</b> <br>Column van Sander de Hosson, mede-oprichter van Samen Carend, over rouw die zich niet houdt aan de regels van anderen.
    “Rouw laat zich niet ordenen. Het is veel rommeliger dan dat.”
    Column van Sander de Hosson, mede-oprichter van Samen Carend, over rouw die zich niet houdt aan de regels van anderen.
    juni 10, 2026
  • 3 vragen aan...
    <b>“Rouw is geen individuele reis, maar een soort parallel bestaan” </b> <br>Rouwexpert Hanne van Willigenburg beantwoordt drie vragen over rouw en verlies.
    “Rouw is geen individuele reis, maar een soort parallel bestaan”
    Rouwexpert Hanne van Willigenburg beantwoordt drie vragen over rouw en verlies.
    juni 3, 2026
  • Column
    <b>“Mag ik nu weer spelen?”</b> <br>Column van Sander de Hosson, mede-oprichter van Samen Carend, over kinderen en het rouwen in stukjes
    “Mag ik nu weer spelen?”
    Column van Sander de Hosson, mede-oprichter van Samen Carend, over kinderen en het rouwen in stukjes
    mei 12, 2026

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet weergegeven.

  1. Verder lezen bij dit artikel

  2. Lees hier meer over Irene Apon-Vissers en haar boek Tommie’s nieuwe normaal

  3. Lees meer rouwexperts

Initiatief

Rouwinformatie.nl is een
initiatief van
samencarend

Contact

Samen Carend
Postbus 6031
9702HA Groningen
info@samencarend.nl

Volg ons op

    • Instagram
    • Facebook
    • LinkedIn

 

  • © 2025 Samen Carend
  • Algemene voorwaarden
  • Privacyreglement
  • Cookiebeleid
  • Disclaimer
  • Nieuwsbrief
  • © 2024 Vereniging Leven met Dood
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Cookiebeleid
  • Algemene voorwaarden

Fijn dat je onze website bezoekt.

Ook wij maken gebruik van cookies om (geanonimiseerde) statistieken en voorkeuren bij te houden, zodat wij onze communicatie zo goed mogelijk kunnen afstemmen op de wensen van onze bezoekers. Met jouw toestemming voor het plaatsen van cookies zijn we in staat steeds meer leren over rouw en verlies in Nederland. Lees meer over ons cookiebeleid.